Blog van mijn complete artikelen uit FB NAK-Holland                                                     Paul Smits

Over de ziel

Er is geen vat dat tweeërlei drank kan bevatten. 

Als het wijn moet bevatten, dan is het noodzakelijk eerst het water eruit te gieten; 

het vat moet leeg en vrij worden. 

Weet daarom: wil je goddelijke vreugde en God opnemen, 

dan is het nodig dat je al het geschapene uit jezelf giet. 

Alles wat tot opnemen bereid en ontvankelijk moet zijn, moet leeg zijn. 

Giet daarom uit, opdat je vervuld wordt. 

 

Als men een druppel in de zee zou laten vallen, 

zou de druppel veranderen in de zee en niet de zee in de druppel. 

Zo vergaat het ook de ziel: als zij God binnenhaalt, wordt zij in God veranderd. 

 

Er zijn er veel die licht en waarheid hebben gezocht, 

doch steeds buiten, waar zij niet was. 

Want de waarheid is binnen, in de diepste grond, en niet buiten. 

 

Nooit heeft een mens iets zozeer begeerd 

als God ernaar verlangt de mens daarheen te brengen waar hij hem kent. 

 

Nergens is God zo wezenlijk God als in de ziel. 

In alle creaturen is iets van God, 

maar in de ziel is God goddelijk op het hoogste niveau, 

want zij is de plaats waar hij rust. 

 

Meister Eckhart

Leven als een Grand Seigneur

Voor een koninklijk leven weet ik geen beter voorbeeld dan Dietrich Bonhoeffer, vertegenwoordiger van een aristocratisch christendom. Christenen mogen iets royaals van Jezus overnemen, royaal leven en royaal sterven. Wie niet bang is voor de eeuwigheid leeft als een ‘grand seigneur’, die vandaag al boven de wisselingen van het lot staat: gehuwd als was hij niet gehuwd, bezittend als niet bezittend, hij leeft, zeg maar, met een eschatologische slag om de arm.

Evenals Maarten Luther King, Oscar Romero, geldt voor Bonhoeffer dat ze hun navolging moesten bekopen met de dood, slachtoffers van hun levensstijl, van de navolging met Christus (en in navolging van Christus). Moderne heiligen (1). Je moet ervoor vermoord zijn (niet hetzelfde als: je moet er eerst dood voor zijn) om het tot die status te brengen. Mensen die niet zonder vlek of rimpel waren, zulke heiligen kennen we niet. Bovendien, er zijn er veel meer, wier namen we vergeten zijn, of niet eens kennen. Maar het komt voor, bedoel ik, mensen die het profetische, priesterlijke en koninklijke in hun leven verenigen.

 

         Kuitert over Bonhoeffer

 

 1. een heilige is iemand die op een belangrijk ‘kruispunt’ een moedig besluit durft te nemen.

 

 

 

Gedrag

'Gedrag is driekwart van ons leven en daarmee onze grootste zorg.'

Matthew Arnold, Engelse dichter, 1873

Bidden

Een bekende Joodse leidsman kwam op een dag een man tegen die naar zijn smaak op een volslagen absurde, zelfs beledigende manier aan het bidden was. De man zei: "God, laat me dicht bij u komen. Ik beloof u dat ik uw lichaam zal wassen als het vies is, luizen als u die hebt zal weghalen, en omdat ik een goede schoenmaker ben, zal ik nieuwe schoenen maken wanneer de uwe versleten zijn." De leidsman riep: "Stop met die onzin! Hoe haal je het in je hoofd te denken dat God luizen zou kunnen hebben, of vies zou zijn of.: Wie heeft jou zo leren bidden?"
De man antwoordde nederig: "Niemand. Ik weet niet hoe ik moet bidden. Ik weet wel wat het is om luizen te hebben of zonder goede schoenen te lopen. Mijn verontschuldigingen voor als ik verkeerd bid, maar zegt u mij dan hoe ik het wel moet doen." De bekende leidsman leerde de diep dankbare man de juiste manier van bidden. Trots over zijn ingrijpen vroeg de bekende leidsman aan God wat Hij ervan vond. God was woedend: "Ik heb je opgedragen mensen dichter bij me te brengen. Door wat je gedaan hebt met dat 'juiste gebed' van jou is alle liefde, alle nabijheid die de man mij wilde geven weggehaald. Je hebt een mens van me vervreemd."

Hoofdstuk 6 Kerk van Jezus Christus Wat is het niet? In menig traktaat of catechese boekje kunnen we lezen dat de kerk 'het lichaam van Christus' is. Of ook: de kerk leeft van het Woord van God, de kerk is de toevlucht voor de armen, de kerk laat zich niet voor het karretje van de staat spannen, enzovoorts. Dat zijn normatieve uitspraken over de kerk, waarmee ik bedoel: ze zeggen niet hoe de kerk is maar hoe ze behoort te zijn, wat ze zou moeten doen. De kerk beschrijven (let wel!) met behulp van normatieve uitspraken kan eenvoudig niet, in elk geval moet dat slecht aflopen en dat doet het ook. Het komt neer op een soort van voor-de-gek-houden van jezelf en je medemensen. Want je hebt het dan over de kerk op papier, de kerk zoals het christelijk ideaal - althans zoals jij dat ideaal ziet - haar tekent. Daarover kun je dan uren, dagen, maanden en jaren doorpraten zonder dat de 'reëel bestaande' kerk ook maar een ogenblik in het vizier komt. Je hebt het over lucht, over een kaartenhuis van begrippen en meer niet. Het hindert natuurlijk niets, doet ook geen schade, behalve als je denkt dat je de hele tijd over de' reëel bestaande' kerk hebt gesproken. (Kuitert ABCG, blz 195) Wat wel In Mattheüs 16:18 geeft Jezus een krachtige belofte: "Ik zal mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen." Voor ‘gemeente’ gebruikt Jezus het Griekse woord ‘ecclesia’. Maar wat bedoelt Hij hiermee? Zitten wij wel op dezelfde golflengte als Jezus, wanneer we spreken over de gemeente? Wij zouden bijvoorbeeld aan het volgende kunnen denken: - de kerk als gebouw, die in een bepaalde straat staat, - de kerk als denominatie, waar je lid van bent, - of de kerk als samenkomst waar je op zondag naar toe gaat. Toch bedoelt Jezus dit niet. Ook de volgende gedachten geven niet helemaal de juiste betekenis van ‘ekklesia’ weer: - de kerk als gehoorzaal, voor uitleg van de Bijbel, - de kerk als theater, als kijkspel naar het podium, - de kerk als bedrijf, om een mooi programma efficiënt aan te bieden, of - de kerk als club, die voorziet in de behoeften van gelijkgezinden. Toen Jezus dit woord gebruikte, had het geen geestelijke betekenis; het betekende ‘vergadering’, met het volk ‘een vergadering beleggen’. Jezus bedoelt dus eigenlijk: Ik ga mijn volk ‘vergaderen’, zodat ze wordt toegerust om mijn opdracht te vervullen. Hiervoor gaf Hij Zijn leven en Zijn Geest. Jezus roept ons samen om één volk te zijn onder Zijn Koninklijke leiding. Het is Zijn bedoeling dat we een volk met invloed zijn, een volk om Zijn Woord te verkondigen. Zo krijgt de belofte een heel bemoedigende dimensie: Ik zal mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen tegen haar geen standhouden! Zo’n gemeente wil Jezus bouwen, en onder Zijn leiding mogen we mee bouwen. En opnieuw wil ik de nadruk leggen op de Bergrede en de zo belangrijke conclusie die er uitgetrokken kan worden. De maatstaven van de Bergrede zijn niet gemakkelijk haalbaar maar ook weer niet totaal onhaalbaar. Als je zegt dat het onhaalbaar is dan ontken je de bedoeling van de Bergrede. Als je het daarentegen weer voor iedereen haalbaar acht dan negeer je weer de werkelijkheid van de menselijke zwakheden. Ze zijn alleen maar haalbaar voor diegenen die de nieuwe geboorte ervaren hebben, waarvan Jezus aan Nicodemus uitlegde dat het de onmisbare voorwaarde was om het Domein van God te zien en binnen te gaan. Want de rechtvaardigheid die Jezus in de Bergrede benoemt is een innerlijke rechtvaardigheid. Hoewel het uitwendig blijkt en zichtbaar wordt in woorden, daden en relaties, blijft het in essentie een rechtvaardigheid van het hart. Met de nadruk op de laatste zin, daar gaat het werk van Jezus over, dat is de geest van Zijn gemeente, dat is de geest van zijn Kerk.