Narratieve analyse

Voor de regelmatige lezer van de teksteverklarigen zal het opgevallen zijn dat deze tekstverklaring volgens een vaste structuur gebeurt. Ook een vaste structuur willen we handhaven. Het is echter niet zo dat de vorm al definitief vast maar de lijn die we meestal gaan hanteren wel.

De nu gehanteerde beschrijving van de tekstverklaring (exegese) is een vereenvoudigde afleiding van de narratieve (verhalende) analyse.

Wat ik probeer om te doen is van een bijbelwoord een tekstverklaring te geven volgens een aantal vaste regels (verantwoording). Het geheel moet dan eenvoudig en goed te lezen zijn, terwijl ik bij vreemde (noodzakelijke) woorden een verklaring zal geven.
Deze tekstverklaring is bedoeld als aanvullende informatie en ter verrijking van het bijwonen van de diensten voor hen die daar behoefte aan hebben. En zeker niet ter vervanging van de (levende) diensten of andere zaken.


Voorbeelden van een complete analyse:

Aantekeningen college Exegese van een Bijbelboek

onderwerp  : 4e college, inleiding tot een NARRATIEVE ANALYSE
docent         : pater dr J. Smit osa       (Augustijn)

Lc 16:19-31
19 Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. 20 Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. 21 Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten. 22 Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. 23 Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. 24 Hij riep: "Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen." 25 Maar Abraham zei: "Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. 26 Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken." 27 Toen zei de rijke man: "Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, 28 want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen." 29 Abraham zei: "Ze hebben Mozes en de Profeten: laten ze naar hen luisteren!" 30 De rijke man zei: "Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen." 31 Maar Abraham zei: "Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat."'

aantekeningen
‒ 2e profetische lijn, Jezus als profeet

afbakening
vers 19-31 op eerste gezicht afgebakend gebied
driemaal een nieuwe acteur en na vers 31 ieder van toneel
hfst 17 heeft Jezus nieuw gehoor

de scheiding aan het begin is lastiger, immers publiek blijft gelijk met een breuk t.p.v. vers 18-19, maar Jezus blijft aan het woord
vers 14-18 inhoudelijk verbonden
pragmatische oplossing, later verbanden leggen, met voortdurende vraag naar de afbakening

indeling
‒ vers 19-21 rijk en arm uitgangssituatie
‒ vers 22-31 vormen een apart geheel, vormen hiernamaals + Abraham als acteur
‒ de dialoog vindt plaats tussen de ‘rijke’ en Abraham
‒ spatie (in sommige bijbels) tussen vers 26-27; er wordt 2x gevraagd om Lazarus (God is mijn hulp) te sturen, 1e keer om de kloof te overbruggen, 2e keer om zijn broers
‒ e.e.a. bied kijk op hier(numaals) en hiernamaals
‒ uit de tekst kan geen info verkregen worden t.a.v. het hiernamaals

bespreking
‒ vers 19-21; contrast tussen ‘rijke’ (geen naam) en arme Lazarus (God is mijn hulp), rijkdom wordt uitgeduid door purperen gewaad en elke dag feest. De tegenstellingen zijn max. getypeerd
‒ ‘aan de poort (deur) van zijn huis’? Komen we op terug.
‒ ‘aan de zijde van Abraham’ en ‘in de schoot van Abraham’, betekent ongeveer met Abraham aan tafel liggen, zie ook blz 215 werk in uitvoering
‒ dit verhaal is een Joods verhaal; Abraham de vader van het Joodse volk, heeft dus een bijzondere plaats bij God
‒ vers 24 ‘rijke’ stierf en werd begraven
‒ in het verhaal worden de rollen tussen het hiernumaals (hier) en het hiernamaals (daar) omgedraaid; eten hier = water daar, arm hier = rijk daar, binnen hier = buiten daar (inclusief kloof)
‒ samenvatting verhaal (door Abraham) in vers 25
‒ waarom omkering in het verhaal, met een 'bovendien' in het verhaal vers 26
‒ in het 'hier' kon de rijke door de poort (de deur) van zijn huis naar de arme maar verzuimde dat met gevolg dat deze in het 'daar' dicht is. Hij heeft in het 'hier' niets gedaan aan de verbetering van de wereld, in het 'daar' zijn de zaken omgekeerd.
‒ waarom scene in het 'daar', aanwijzing op verantwoording
‒ verhaal voor iedereen op deze manier? Nee
‒ Jezus spreekt rijke aan mbt de arme, maw geen boodschap voor de arme moraal van het verhaal, de rijke had door de poort gemoeten om de arme te helpen, zoniet dan in het 'daar' grote kloof
‒ het schokeffect is bedoeld om de luisteraars (lezers) via een beeld uit het 'daar' een zicht te geven op hoe het hier moet, zie ook bladz 133, 134 van horen zeggen
‒ vers 31 climax van de situatie, het huidige nederlands zouden wij zeggen:"het is ar honderd keer gezegd dus " dit is om te prikkelen, het is om de luisteraars aan het luisteren te krijgen broers in vers 28, zijn zij in de buurt van de lezers???
‒ rede van getal 5 ?, mogelijke uitleg is; 5 broers + rijke + Lazarus = 7, volle getal, zij zijn allen Abrahams kinderen, dus broers
‒ de kern van de boodschap van Mozes en de profeten is altijd zo geweest Joods verhaal Abraham + kinderen + profeten

context
‒ vers 16 Vooruit blik op het verhaal
‒ vers 17 belang van wet
‒ vers 18 vrouw beeld van het verbond, huwelijk beeld van het verbond
‒ wie wet en profeten verstoot pleegt feitelijk echtbreuk
‒ wie evangelie los maakt van wet en profeten pleegt feitelijk echtbreuk

 

aanvullend uit wikipedia
Onder theologen en gelovigen bestaat onenigheid over de betekenis van het laatste deel van de gelijkenis, dat gaat over het leven na de dood. Sommigen zien de gelijkenis als een aankondiging van het bestaan van een hemel en een hel waar de ziel van overleden direct na het overlijden terechtkomen. In het Bijbelboek Openbaringen wordt geschreven dat het Laatste Oordeel pas zal plaatsvinden na afloop van het duizendjarig rijk en dat de zielen tot die tijd rust hebben. Weer anderen zien de beschrijving van de hemel en de hel in deze gelijkenis vooral symbolisch. Zij wijzen erop dat de gelijkenis naar hun mening vooral over moraliteit tijdens het leven gaat en niet over het leven na de dood.
Naast een individuele betekenis, heeft het verhaal mogelijk ook een maatschappelijk-politieke betekenis. Volgens sommigen staat de rijke man voor de joodse geestelijke leiders. Purperen gewaden werden in Jezus' tijd gedragen door koningen, fijn linnen door priesters. Met de honden die de zweren likken zouden de heidense buurvolkeren bedoeld worden (honden worden door joden als onrein beschouwd).

onderwerp : 5e college, inleiding tot een NARRATIEVE ANALYSE
docent  : pater dr J. Smit osa       (Augustijn)

Lc 23
1 Ze stonden allen op en leidden hem voor aan Pilatus.
2 Daar brachten ze de volgende beschuldigingen tegen hem in: 'We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn.' 3 Pilatus vroeg hem: 'Bent u de koning van de Joden?' Jezus antwoordde: 'U zegt het.' 4 Daarop zei Pilatus tegen de hogepriesters en de samengeschoolde menigte: 'Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.' 5 Maar ze bleven hardnekkig beweren: 'In heel Judea ruit hij met zijn onderricht het volk op, van Galilea tot hier!' 6 Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij aan Jezus of hij uit Galilea kwam, 7 en toen hij besefte dat hij onder Herodes' gezag viel, stuurde hij hem naar Herodes, die op dat moment in Jeruzalem verbleef.
8 Herodes was bijzonder blij toen hij Jezus zag, want hij wilde hem al heel lang ontmoeten omdat hij veel over hem gehoord had. Bovendien hoopte hij hem een wonder te zien doen. 9 Hij ondervroeg hem uitvoerig, maar Jezus antwoordde hem niet één keer. 10 De hogepriesters en de schriftgeleerden die erbij stonden, brachten zware beschuldigingen tegen hem in. 11 Hierop begonnen Herodes en zijn soldaten Jezus te honen, en ze dreven de spot met hem door hem een pronkgewaad om te hangen. Zo stuurde hij hem terug naar Pilatus. 12 Op die dag werden Herodes en Pilatus vrienden, terwijl ze altijd elkaars vijanden waren geweest.
13 Pilatus riep de hogepriesters en de leiders en het volk bij zich 14 en zei tegen hen: 'U hebt die man voor mij gebracht als iemand die het volk van het rechte pad afbrengt, maar u weet dat ik hem, toen ik hem in uw bijzijn verhoorde, aan geen van de zaken waarvan u hem beticht schuldig heb bevonden. 15 En Herodes evenmin, hij heeft hem immers naar ons teruggestuurd; hij heeft niets gedaan waarop de doodstraf staat. 16 Dus zal ik hem vrijlaten, nadat ik hem heb laten geselen.' 18 Maar ze begonnen met zijn allen luidkeels te schreeuwen: 'Weg met hem! Laat Barabbas vrij!' 19 Deze laatste was gevangengezet wegens een oproer dat in de stad had plaatsgevonden en wegens moord. 20 Pilatus praatte opnieuw op hen in omdat hij Jezus wilde vrijlaten. 21 Maar ze schreeuwden het uit: 'Kruisig hem, kruisig hem!' 22 Voor de derde maal zei hij tegen hen: 'Wat voor kwaad heeft die man dan gedaan? Ik heb niets gevonden waarvoor hij de doodstraf verdient. Dus zal ik hem vrijlaten, nadat ik hem heb laten geselen.' 23 Maar ze bleven luidkeels eisen dat hij gekruisigd zou worden, en met hun geschreeuw wonnen ze het pleit: 24 Pilatus besloot hun eis in te willigen. 25 Hij liet de man gaan die wegens oproer en moord gevangen was gezet en om wiens vrijlating ze hadden gevraagd, en leverde Jezus uit aan hun willekeur.


Kruisiging en graflegging
26 Toen Jezus werd weggeleid, hielden de soldaten een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze legden het kruis op zijn rug en lieten het hem achter Jezus aan dragen. 27 Een grote volksmenigte volgde Jezus, evenals enkele vrouwen die zich op de borst sloegen en over hem weeklaagden. 28 Jezus keerde zich echter naar hen om en zei: 'Dochters van Jeruzalem, huil niet om mij. Huil liever om jezelf en je kinderen, 29 want weet, de tijd zal aanbreken dat men zal zeggen: "Gelukkig wie onvruchtbaar is, gelukkig de moederschoot die niet gebaard heeft en de borst die geen kind heeft gezoogd." 30 Dan zullen de mensen tegen de bergen zeggen: "Val op ons neer!" en tegen de heuvels: "Bedek ons!" 31 Want als dit gebeurt met het jonge hout, wat zal het verdorde hout dan niet te wachten staan?' 32 Samen met Jezus werden nog twee anderen, beiden misdadigers, weggeleid om terechtgesteld te worden.
33 Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met de twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. 34 Jezus zei: ' Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.' De soldaten verdeelden zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen. 35 Het volk stond toe te kijken. De leiders hoonden hem en zeiden: 'Anderen heeft hij gered; laat hij nu zichzelf redden als hij de messias van God is, zijn uitverkorene!' 36 Ook de soldaten dreven de spot met hem, ze gingen voor hem staan en boden hem zure wijn aan, 37 terwijl ze zeiden: 'Als je de koning van de Joden bent, red jezelf dan!' 38 Boven hem was een opschrift aangebracht: 'Dit is de koning van de Joden'. 39 Een van de gekruisigde misdadigers zei spottend tegen hem: 'Jij bent toch de messias? Red jezelf dan en ons erbij!' 40 Maar de ander wees hem terecht met de woorden: 'Heb jij dan zelfs geen ontzag voor God nu je dezelfde straf ondergaat? 41 Wij hebben onze straf verdiend en worden beloond naar onze daden. Maar die man heeft niets onwettigs gedaan.' 42 En hij zei: 'Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.' 43 Jezus antwoordde: 'Ik verzeker je, nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.'
44-45 Rond het middaguur werd het donker in het hele land omdat de zon verduisterde. De duisternis hield drie uur aan. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden. 46 En Jezus riep met luide stem: 'Vader, in uw handen leg ik mijn leven.' Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem uit. 47 De centurio zag wat er gebeurd was en loofde God met de woorden: 'Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!' 48 De mensen die voor het schouwspel samengekomen waren en de gebeurtenissen hadden gadegeslagen, keerden terug naar huis, terwijl ze zich op de borst sloegen. 49 Alle mensen die Jezus gekend hadden waren op een afstand blijven staan, ook de vrouwen die hem vanuit Galilea gevolgd waren en alles hadden zien gebeuren.
50-51 Er was ook een man die Jozef heette en afkomstig was uit de Joodse stad Arimatea. Hij was een raadsheer, een goed en rechtvaardig mens, die de komst van het koninkrijk van God verwachtte en niet had ingestemd met het besluit en de handelwijze van de raad. 52 Hij ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. 53 Nadat hij het lichaam van het kruis had gehaald, wikkelde hij het in linnen en legde het in een rotsgraf dat nog nooit was gebruikt. 54 Het was de voorbereidingsdag, de sabbat was bijna aangebroken. 55 De vrouwen die met Jezus waren meegereisd uit Galilea, volgden Jozef naar het graf om het te bekijken en om te zien hoe Jezus' lichaam er werd neergelegd. 56 Daarna gingen ze naar huis en bereidden ze geurige olie en balsem. Op sabbat namen ze de voorgeschreven rust in acht.

aantekeningen
‒ dit is een lastig onderwerp omdat er reeds in het verleden veel over gezegd is en daarom beladen is. Het verhaal zien zonder die lading is moeilijk.
‒ dit verhaal is een slotaccoord maar lastig zonder het voorgaande
‒ er zijn meer vaardigheden nodig om tussen de regels door te lezen
‒ is de interpretatie van Jezus mislukt?
‒ Lucas legt de interpretatie in het verhaal
‒ Johannes maakt een triomftocht bij Lucas is dat anders

afbakening
‒ Lucas 23 1-25 inleiding scene / acteurs
‒ Lucas 23 26-48 kruisigingsverhaal
‒ Lucas 23 49 staan te kijken
‒ Lucas 23 55 vrouwen worden hoofdrolspelers
‒ Lucas 24 6 rol van de vrouwen opmaat voor hetgeen dan volgt, scharnierstukje

indeling
‒ voorstelling als een film / waar is de camera?
‒ Lucas 23 26 camera op; Simon
‒ Lucas 23 28 camera op; vrouwen
‒ Lucas 23 32 camera op; misdadigers
‒ Lucas 23 35 camera op; omstandigers
‒ Lucas 23 39 camera op; misdadigers, om de beurt
‒ Lucas 23 43 camera op; Jezus
‒ Lucas 23 44 camera op; omgeving
‒ Lucas 23 45 camera op; tempel
‒ Lucas 23 46 camera op; Jezus
‒ Lucas 23 47 camera op; officier
‒ Lucas 23 48 camera op; omstandigers
‒ Lucas 23 49 camera op; vrouwen

bespreking
‒ Lucas 23 26 de vraag is waarom Simon hier verschijnt? Doet denken aan de uitdrukking; pak je kruis op en volg mij na. Verder was het zo dat de leerlingen gevlucht waren en Simon nu de plaats achter Jezus innam.
‒ Lucas 23 28 dochters van Jeruzalem, is profetentaal (door Lucas wordt Jezus steeds als profeet neergezet), maar het is ook dreigende taal
‒ geen voorstellingen, maar voorwaardelijke taal, in de zin van; let op als je niet ... dan....
‒ dochter van Jeruzalem is de stad, de stad wordt aangesproken
‒ Lucas 23 31 ....Want als dit gebeurt met het jonge hout, wat zal het verdorde hout dan niet te wachten staan?'
‒ Lucas 23 32 33 lezen
‒ Lucas 23 34 dobbelen
‒ Lucas 23 34 35 de schrijver lijkt haast te vertellen; Jezus was een misdadiger, want:
 ∙ er werd om zijn kleren gedobbeld
 ∙ hij had geen kleren meer aan, hetgeen gezien moet worden als een uiterste belediging
 ∙ hij werd op een openbare executieplaats terechtgesteld
 ∙ hij hing in het midden, hij was de grootste misdadiger
‒ Lucas 23 36 39 dit kan toch niet de Messias zijn, deze mening wordt geuit door het volk, de soldaten en de misdadigers
‒ ben jij de Messias? Help dan jezelf en ons
‒ Lucas 23 40 wending door “2e” misdadiger, wat is zijn visie? Hij is geen misdadiger (verdediging van vs 35) en vraagt (bewijs van zijn geloof in Jezus) om een plaats in het koninkrijk van Jezus (de schrijver laat Jezus in tegenstelling met het vorige toch Koning zijn). Deze 2e misdadiger lijkt de enige zijn die dit gelooft in deze scene, hij is volgens de schrijver een eenling. Hieruit blijkt de dubbele bodem in het verhaal.
‒ Hij heeft anderen gered maar zichzelf niet, dit lijkt de norm van zijn grootheid, de redder van anderen is de grootste, zelfs de spotters roepen het; anderen redde Hij
‒ in de kruisiging is zijn grootheid verborgen, in dit sterven ligt de bezegeling van een heel leven
‒ de feiten worden zo geconcentreerd dat een litterair geheel ontstaat
‒ Lucas is de enige schrijver die twee verschillende misdadigers laat zien
‒ vertellende visie geven


‒ Lucas 3 21 hemel geopend; krijgt de geest, stem van boven; jij bent mijn zoon - opdracht ontvangen
‒ Lucas 23 44 48 hemel dicht; geest in de handen van de vader - opdracht teruggeven
‒ Lucas 23 50 51 Jozef is hier een man die Joods ingekleurd is

‒ De evangeliën zijn geen feitenverslag maar geven kijk op opdracht en visie van Jezus