Vraag 335 Valt zelfdoding onder het vijfde gebod?

NAK antwoord Ja, want door God gegeven leven wordt beëindigd.

Overdenking In de meeste gevallen is bij zelfdoding sprake van een depressie. Zelfdoding is dan een gevolg van een ernstige ziekte. Het is zeer onbarmhartig en veroordelend om hier te spreken van een overtreding van het 5e gebod. Voor degene die hier mee te maken heeft (gehad) wordt in zo'n korte tekst geen enkele pastorale zorg of steun aangeboden. Deze stelling wordt in de onderhavige tekst niet eens onderbouwd. In deze ingewikkelde maatschappij doen zich omstandigen voor die geen enkel perspectief voor de toekomst bieden, onaanvaardbare psychische situaties aanrichten en die grote lichamelijke nood teweegbrengen. Wanneer een mens onder die specifieke omstandigheden uitzichtloze toestand verblijft en na uiterste terughoudendheid geen oplossingen worden gevonden zal een omstandigheid ontstaan waarin een extreme beslissing genomen kan worden. Een specifieke situatie heb ik in een bijlage beschreven. Het antwoord van de NAK zal ik niet herschrijven, immers God heeft de verantwoording bij de mens gelegd en de mens moet dus over het al of niet in die zin gehandeld hebben bij God rekenschap afleggen. Er kan zich een situatie waarin naaste liefde en het 5e gebod conflicteren. Helaas onderbreken in het NAK antwoord de handvatten voor de pastorale zorg en wordt e.e.a. niet onderbouwd. De vraag is of er altijd sprake is van overtreding van het vijfde gebod en zo ja of er een betere oplossing voor handen was. Bijlage, een praktijk voorval Hoe moeilijk ook om gebeurtenissen volledig te anonimiseren wil ik toch een poging wagen. De gebeurtenis is na twintig jaar nog steeds in m’n ziel gegrift en is één van die bijzondere omstandigheden die mij er toe brengt voor een hoge uitzonderingen te pleiten. Een jonge zuster ontwikkeld vanaf een jaar of 8 á 9, een sterke doodswens. De psychiaters van de behandelende kliniek hebben uiteindelijk voor de diagnose ‘borderline’ gekozen. Ook een hoogleraar uit een academisch ziekenhuis kon geen scherp omleidde diagnose vaststellen. Naast leuke dingen, het hebben van vrienden en vriendinnen, het hebben van een groot talent voor dichten en tekenen, ontwikkeld zich een sterke doodswens. Als priester bezocht ik haar heel regelmatig en tijdens één van de bezoeken, in een kliniek, zei ze me dat ze me is wilde laten zien. Ze had een ‘kijkdoos’ gemaakt, zoals wij als kinderen vroeger ook maakten van een oude schoenendoos en met een voorstelling er in, maar zij had een veel grotere doos gebruikt en de bovenkant open gelaten. De inhoud van de doos stelde haar begrafenis voor, met heel gedetailleerd de positie van de kist voor het altaar, veel gebruik van stoffen voor de aankleding, alles in zwarte stof. Het geheel was bijzonder uitvoerig weer gegeven. Naast haar moeder, de psychiater en mij wilde ze het aan niemand laten zien. De teksten voor de dienst, de liederen, wie er mochten spreken enz., had ze tot in finesse uitgewerkt. Naast haar talloze pogingen, het leven te beëindigden had ze ook vele grote littekens van het automutileren, om bij tijden haar ‘gevoelloze’ lichaam te willen voelen. De pogingen het leven te beëindigden varieerden van hele knullige tot hele serieuze, van een mengsel uit het keukenkastje drinken tot voor een vrachtwagen springen. Het leek soms aandacht trekken, maar dat kan je niet zeggen van voor een vrachtwagen springen, wat overigens niet tot de dood leidde, wel tot een langdurig ziekenhuis verblijf. In de periode vlak voor haar dood had ik een gesprek met een arts over deze omstandigheid. Hij zei me: ‘de moeilijkheid is dat we ons geen voorstelling kunnen maken van een misvormde ‘geest’. Tijdens m’n studie, vertelde hij, werden ons in een lokaal van allerlei menselijke misvormingen op sterk water getoond. Ik had nooit gedacht dat deze misvormingen bestonden. Het is de realiteit, als je dat zo ziet kun je dat niet meer ontkennen. Zo is het ook in de geest, we moeten accepteren dat er ongeneselijke geestelijke misvormingen zijn die het leven tot een hel kunnen maken.’ Na haar zelfgekozen dood zei de behandeld psychiater: ‘ik heb nog nooit iemand met zo’n sterke doodswens gezien’. Tijdens haar leven had ze eigenlijk maar één wens; geholpen worden met euthanasie, maar dat ‘mocht’ niet, ze is 19 jaar geworden.

Vraag 336+337 Is doden uit noodweer een overtreding van het vijfde gebod?

NAK antwoord Ja, ook het doden uit noodweer is een overtreding van het vijfde gebod. (336) Doden in een oorlog is een overtreding van het vijfde gebod. Het gebod legt individuen de verantwoordelijkheid op het doden waar mogelijk te vermijden. In afzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat uit een handeling nauwelijks schuld tegenover God ontstaat. (337)

-> schuld tegenover God: zie vraag 230

Overdenking Wat betreft noodweer gelden er in de Wet andere regels, zie bijvoorbeeld Mitswa 265, 266 en 598 t/m 613. Hierin zijn in dit geval omstandigheden denkbaar dat het doden van een mens niet als moord gezien wordt. Met name het beschermen in een acute situatie biedt de mogelijkheid om te kiezen voor bescherming van zichzelf of dat van een ander. Het kiezen van het eigen leven boven dat van een ander is logisch. Het kiezen van de één boven de ander kan behoorlijk arbitrair zijn. Als de keus niet deugdelijk gemaakt wordt zal hier ook weer gelden dat het vijfde gebod overtreden wordt, met de consequenties van dien. Als ik het antwoord van de NAK zou herschrijven en hier zo min mogelijk aan verander, gaat ze als volgt luiden; Het doden uit noodweer is onder uitzonderlijke omstandigheden geen overtreding van het vijfde gebod.