Hoofdstuk 6

Kerk van Jezus Christus

Wat is het niet?

In menig traktaat of catechese boekje kunnen we lezen dat de kerk 'het lichaam van Christus' is. Of ook: de kerk leeft van het Woord van God, de kerk is de toevlucht voor de armen, de kerk laat zich niet voor het karretje van de staat spannen, enzovoorts. Dat zijn normatieve uitspraken over de kerk, waarmee ik bedoel: ze zeggen niet hoe de kerk is maar hoe ze behoort te zijn, wat ze zou moeten doen. De kerk beschrijven (let wel!) met behulp van normatieve uitspraken kan eenvoudig niet, in elk geval moet dat slecht aflopen en dat doet het ook. Het komt neer op een soort van voor-de-gek-houden van jezelf en je medemensen. Want je hebt het dan over de kerk op papier, de kerk zoals het christelijk ideaal - althans zoals jij dat ideaal ziet - haar tekent. Daarover kun je dan uren, dagen, maanden en jaren doorpraten zonder dat de 'reëel bestaande' kerk ook maar een ogenblik in het vizier komt. Je hebt het over lucht, over een kaartenhuis van begrippen en meer niet. Het hindert natuurlijk niets, doet ook geen schade, behalve als je denkt dat je de hele tijd over de' reëel bestaande' kerk hebt gesproken. (Kuitert ABCG, blz 195)

Wat wel?

In Mattheüs 16:18 geeft Jezus een krachtige belofte: "Ik zal mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen." Voor ‘gemeente’ gebruikt Jezus het Griekse woord ‘ecclesia’. Maar wat bedoelt Hij hiermee? Zitten wij wel op dezelfde golflengte als Jezus, wanneer we spreken over de gemeente?

Wij zouden bijvoorbeeld aan het volgende kunnen denken: - de kerk als gebouw, die in een bepaalde straat staat, - de kerk als denominatie, waar je lid van bent, - of de kerk als samenkomst waar je op zondag naar toe gaat. Toch bedoelt Jezus dit niet.

Ook de volgende gedachten geven niet helemaal de juiste betekenis van ‘ekklesia’ weer:

- de kerk als gehoorzaal, voor uitleg van de Bijbel,

- de kerk als theater, als kijkspel naar het podium,

- de kerk als bedrijf, om een mooi programma efficiënt aan te bieden, of

- de kerk als club, die voorziet in de behoeften van gelijkgezinden.

Toen Jezus dit woord gebruikte, had het geen geestelijke betekenis; het betekende ‘vergadering’, met het volk ‘een vergadering beleggen’. Jezus bedoelt dus eigenlijk: Ik ga mijn volk ‘vergaderen’, zodat ze wordt toegerust om mijn opdracht te vervullen. Hiervoor gaf Hij Zijn leven en Zijn Geest. Jezus roept ons samen om één volk te zijn onder Zijn Koninklijke leiding. Het is Zijn bedoeling dat we een volk met invloed zijn, een volk om Zijn Woord te verkondigen. Zo krijgt de belofte een heel bemoedigende dimensie: Ik zal mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen tegen haar geen standhouden! Zo’n gemeente wil Jezus bouwen, en onder Zijn leiding mogen we mee bouwen.

En opnieuw wil ik de nadruk leggen op de Bergrede en de zo belangrijke conclusie die er uitgetrokken kan worden.

De maatstaven van de Bergrede zijn niet gemakkelijk haalbaar maar ook weer niet totaal onhaalbaar.

Als je zegt dat het onhaalbaar is dan ontken je de bedoeling van de Bergrede.

Als je het daarentegen weer voor iedereen haalbaar acht dan negeer je weer de werkelijkheid van de menselijke zwakheden.

Ze zijn alleen maar haalbaar voor diegenen die de nieuwe geboorte ervaren hebben, waarvan Jezus aan Nicodemus uitlegde dat het de onmisbare voorwaarde was om het Domein van God te zien en binnen te gaan.

Want de rechtvaardigheid die Jezus in de Bergrede benoemt is een innerlijke rechtvaardigheid.

Hoewel het uitwendig blijkt en zichtbaar wordt in woorden, daden en relaties, blijft het in essentie een rechtvaardigheid van het hart.

Met de nadruk op de laatste zin, daar gaat het werk van Jezus over, dat is de geest van Zijn gemeente, dat is de geest van zijn Kerk. 

vraag 365 Wat betekent 'kerk' in het algemeen?

NAK antwoord Het begrip 'kerk' heeft in het algemene taalgebruik drie verschillende betekenissen. Men duidt er een christelijk godshuis (bijv. de dorpskerk) mee aan, waar gelovigen voor de eredienst samenkomen. In een andere betekenis wordt met 'kerk' een plaatselijke gemeente bedoeld. Bovendien wordt onder 'kerk' een christelijke gemeenschap (denominatie) verstaan, bijvoorbeeld de Nieuw-Apostolische Kerk of de Rooms-Katholieke Kerk. Noot 'Denominatie', van het Latijnse 'denominatio' ('karakterisering', 'benoeming'), is een waardevrij begrip voor een kerkgenootschap.

Overdenking Zie inleiding als toevoeging

vraag 366 Wat betekent 'kerk' met betrekking tot het geloof?

NAK antwoord Met betrekking tot het geloof betekent 'kerk' niet in de eerste plaats het godshuis, maar het instituut dat de opdracht heeft de mens het heil in Christus aan te bieden. De mensen die tot de kerk behoren zijn uitverkoren om eeuwig te zijn verbonden met God. Bovendien betekent 'kerk' nu al de verbondenheid met de drie-enige God, omdat Hij zich in woord en sacrament wendt tot de gelovigen die Hem aanbidden en loven. In de kerk zijn de gelovigen met elkaar verbonden. Het middelpunt van het kerkelijke leven is de eredienst.

Overdenking Zie inleiding als toevoeging

vraag 367 Is de kerk noodzakelijk?

NAK antwoord Ja, om christen te kunnen zijn is de kerk nodig, want alleen daar hoort men het woord van God, ontvangt men de sacramenten en ervaart men de verbondenheid met God en elkaar. Deze aspecten zijn in hun totaliteit onontbeerlijk om het heil te verkrijgen. Zonder kerk is dit voor de mens niet mogelijk.

-> heil: zie vraag 243, 248 e.v.

Overdenking Persoonlijk zou ik minder de nadruk op de onvoorwaarlijke noodzaak van de kerk. De kerk is een heilzame plaats als ze voldoet aan het laatste deel van de inleiding. Anders is het een lege huls.

vraag 368 Wie heeft de kerk opgericht?

NAK antwoord Jezus Christus heeft de kerk opgericht. Hij heeft niet alleen een leer achtergelaten, maar ook een instituut gegeven waarin het heil wordt toegediend, namelijk Zijn kerk. De oorsprong van de kerk ligt dus in Gods Zoon, die op aarde kwam en als mens onder mensen werkzaam was: Hij koos mensen uit om Hem als leerlingen na te volgen, predikte, verrichtte wonderen, vergaf zonden, beloofde en zond de Heilige Geest. De persoon Jezus Christus en Zijn daden zijn fundamentele voorwaarden voor het bestaan van de kerk.

Overdenking Dat is niet waar. Jezus is geen kerk begonnen, het enige sacrament wat Hij heeft afgedragen is het Avondmaal. En dan ook nog maar één keer. De waterdoop en de geestesdoop heeft hij nooit afgedragen. De mensen zijn na Zijn dood een kerk begonnen, gebaseerd op Zijn uitspraken en voorbeelden.

vraag 369 Wie is het 'hoofd' van de kerk van Jezus Christus?

NAK antwoord Jezus Christus is het 'hoofd' van Zijn kerk. Overdenking Het antwoord past niet bij de overdenking 368 vraag 370 Welke taken heeft de kerk van Jezus Christus? NAK antwoord De kerk van Jezus Christus heeft twee taken. De eerste taak is het toegankelijk maken van het heil en de eeuwige verbondenheid met God voor de mens. De tweede taak is de mensen in de kerk God te laten aanbidden en prijzen.

Overdenking Jammer dat hier in het geheel niet wordt gesproken de inhoud van Jezus opdracht. In het antwoord ligt altijd weer de gedachte van een uitverkiezing en daar geloof ik niets van. De weg die Jezus ons voorging, in woorden het concreetst in de Bergrede, was als het ware of God zelf zagen en hoorde hoe Hij het wilde dat we leven. Dat is niet een uitverkiezing dat is een leven lang hard werken, vallen en opstaan, maar ook genieten van het woord wat we in ons leven ontvangen, die persoonlijke momenten in onze relatie met God en het uitdelen van die blijdschap. Ik denk hier ook bijzonder aan de allegorie uit overdenking 120, Petrus en de 12 apostelen.